Synopsis

De film

Synopsis

De terugkeer van de monniken op Schiermonnikoog

De broeders van abdij Sion staan op een cruciaal punt van hun bestaan. De muren van het ooit bloeiende klooster met haar grote boerderij, kaasmakerij en boekbinderij ademen 125 jaar gebed en gezang. Nog acht broeders zijn het, die het naar wereldse maatstaven volstrekt zinloze bestaan voortzetten.

Er is veel veranderd voor de monniken in de Lage Landen. Zij die ooit kanalen hebben gegraven, ons landschap hebben veranderd door het in te polderen, die de Middeleeuwen tot economische bloei brachten en tot op de dag van vandaag ons beste bier brouwen, lijken nu de strijd tegen de tijd te verliezen. Hun bestaan heeft geen economische functie meer, hun gebeden voor de wereld lijken zinloos. Nieuwe monniken melden zich zelden aan en als ze het al doen, houden ze het sobere monnikenbestaan niet lang vol.

En nu staat Abdij Sion in Diepenveen te koop. De monniken gaan de abdij verlaten. Dit is zeer ingrijpend voor de broeders, die naast de geloften van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid ook een gelofte van stabiliteit hebben afgelegd, wat betekent dat ze tot hun dood op dezelfde plek blijven.

De ‘jongere’ kern van de broeders heeft besloten niet zomaar het licht uit te doen. Deze broeders willen de communiteit in leven houden door haar een nieuwe plek te geven. De monniken trekken verder naar het noorden, daar waar eeuwen geleden de cisterciënzers hun onuitwisbare stempel drukten op ons land. Naar het eiland dat haar naam aan hen te danken heeft: Schiermonnikoog. Wat vooral uniek is aan dit avontuur, is dat de broeders niet alleen om praktische redenen verhuizen. Ze grijpen de kans om opnieuw, net als hun stichters duizend jaar geleden, te pionieren in de hoop nieuwe monniken te trekken.

Gaat het hen lukken om in de rust van de ongerepte natuur van Schiermonnikoog de eeuwenoude traditie van een volledig aan God gewijd leven voort te zetten? Gaan de broeders van Sion weer opbloeien of sterven ze definitief uit?

Tegen de achtergrond van deze ingrijpende stap gaat de film op zoek naar de diepere motivatie van deze mannen. Wat drijft hen vandaag de dag om monnik te zijn, tegen alle eisen van de moderne maatschappij in? Wat zoeken ze in dit sobere bestaan zonder bezit, zonder carrièreperspectief, zonder relatie en gezin, zonder autonomie en vrijheid, zonder zichtbare successen? Wat vinden zij daar, verscholen tussen de kloostermuren, in de rigide hiërarchie van de orde, onderhevig aan een strak schema van gebed, studie en handenarbeid? Zijn ze hun eigen identiteit kwijt geraakt door de uniformiteit van hun habijt?

Toch ontdekken we in de loop van de film de verschillende gezichten. We zien dat broeder Aloysius dankzij het kloosterleven zijn eigen waardigheid heeft teruggevonden. Broeder Columba, ooit een overspannen huisarts, vond er rust en structuur. Broeder Jelke heeft de liefde voor zichzelf en anderen gevonden. En broeder Paulus, die na vijftien jaar leven als monnik uittrad om zijn leven te delen met een vrouw, keerde toch terug naar het klooster. Waarom? Wat is dat ‘monnik-zijn’ waar ze zoveel voor opgeven?

De verhuisplannen veroorzaken onrust in het normaal zo gelijkmatige leven van de monniken. Een aantal broeders ziet voor zichzelf geen toekomst op Schiermonnikoog en kan niet instemmen met het verkopen van hun geliefde abdij. Is de hechte groep bestand tegen deze druk?

De terugkeer van de monniken op Schiermonnikoog is een verbeelding van de tijdloze spiritualiteit van de broeders op een kritiek punt in de geschiedenis van hun orde en in hun persoonlijke leven. Hun bestaan dat gevuld is met vele uren stilte en bidden is ogenschijnlijk zinloos. Zou in die eeuwenoude nutteloosheid echter niet iets te ontwaren zijn van de grond van het menselijke bestaan?

De hoogste waardigheid van de mens, zijn belangrijkste en bijzonderste kracht, het diepste geheim van zijn mens-zijn, is zijn vermogen om te beminnen. Dit vermogen in het diepste van zijn ziel is het bewijs dat hij in zich het beeld en de gelijkenis van God draagt.

Thomas Merton (Cisterciënzer monnik, 1915-1968)